Nederlands-Duits telemedicineproject van start gegaan
Het project ‘Telemedicine and Personalized Care’ (Telemedicine en gepersonaliseerde zorg) is van start gegaan. In het kader van het INTERREG-project zullen Nederlandse en Duitse ondernemingen, onderzoeksinstellingen en zorgorganisaties in de periode tot en met mei 2015 negen nieuwe telemedicinetoepassingen tot een marktrijp product ontwikkelen.
Doel producten
De producten zijn bedoeld om bij te dragen aan verlaging van kosten,
verbetering van de patiëntenzorg en vergroting van de kwaliteit van
leven, in het bijzonder van oudere mensen.
In dit project werken
29 kleine en middelgrote bedrijven (MKB), 14 wetenschappelijke
instituten alsmede zorginstellingen en brancheorganisaties samen. De
kern van het partnerschap wordt gevormd door de
Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV uit Enschede, de
Transferagentur Fachhochschule Münster GmbH, het Kompetenzzentrum
Gesundheitswirtschaft Gewinet in Bad Essen, het Clustermanagement
Gesundheitswirtschaft NRW in Bielefeld, Health Valley in Nijmegen en het
Zorg Innovatie Forum.
Nieuwe therapieën voor patiënten
De projectpartners zullen in de komende vier jaar negen nieuwe
telemedicinetoepassingen ontwikkelen, melden de partners in een
persbericht. Zo zal onder andere de volksziekte diabetes worden
behandeld: als onderdeel van het project zal een meetinstrument worden
ontwikkeld dat aan de hand van traanvocht in de ogen de
bloedsuikerwaarde kan vaststellen. Er is dan geen bloedafname meer
nodig: de prik in de vingertop of het oorlelletje blijft achterwege. De
meetgegevens zullen draadloos worden doorgestuurd aan een externe
ontvanger, die de bloedsuikerwaarde registreert en voor de arts opslaat.
Een dergelijk meetinstrument is tot nu toe niet op de markt voorhanden.
De projectpartners beoordelen de commerciële potentie van dit product
dan ook als hoog.
Speels
In een ander project werken onderzoekers en ontwikkelaars samen aan een speelse therapietoepassing. Voor mensen met een ziekte van de luchtwegen, voor wie het belangrijk is dat zij regelmatig hun longspieren door middel van het opblazen van een ballon trainen, zal een computerspel worden geprogrammeerd. Patiënten sturen dit spel aan met hun adem. Een sensor meet daarbij zowel de ademhalingssnelheid als het luchtvolume. Via dit systeem lossen de spelers spelopdrachten op waardoor zij hun ademmusculatuur trainen. Het interactieve karakter van het systeem zorgt ervoor dat de eentonigheid, die de gebruikelijke trainingsmethoden vaak kenmerkt, wordt doorbroken. De motivatie van de patiënt neemt toe en daarmee ook de discipline om regelmatig te oefenen. Een extra mogelijkheid van een dergelijke computersimulatie is het gebruik van internet om meet- en trainingsgegevens rechtstreeks aan de arts te zenden.
